|
mr. Kees Kan
21 februari 2012 Rechtbank Rotterdam: grote huurbescherming franchisenemers!De rechtbank Rotterdam (Kantonrechter) heeft bij beschikking van 23 januari 2012 verzoeken van franchisegever (IMO wasstraten) tot het opnemen van – van de huurwetgeving – afwijkende bepalingen in de huurovereenkomst met franchisenemer afgewezen. Krachtens de (huur)wetgeving genieten huurders van bedrijfsruimten grote huurbescherming. Onder meer is in de wet bepaald dat ontbinding van de huurovereenkomst (behoudens zeer extreme omstandigheden) slechts kan geschieden door de rechter en voorts zijn aan de opzegging van de huurovereenkomsten eisen gesteld die de mogelijkheden om lopende huurovereenkomsten op te zeggen, beperken. In deze zaak ging het om franchisegever die een wasstraatformule exploiteert (de zogenaamde IMO Autowasstraten). Daartoe had franchisegever met een kandidaat franchisenemer een franchiseovereenkomst gesloten waarin tevens bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de huur van de wasstraat en het terrein waarop de wasstraat zich bevindt. Er was derhalve geen afzonderlijke huurovereenkomst gesloten. Allereerst beoordeelt de kantonrechter dat de overeenkomst tussen partijen ter zake van de wasstraat (ook) is aan te merken als een huurovereenkomst bedrijfsruimte. De kenmerken van een huurovereenkomst bedrijfsruimte zijn: a. het verschaffen van het gebruik van een zaak door de verhuurder De naam die partijen aan een overeenkomst geven is niet doorslaggevend voor de kwalificatie “huurovereenkomst” doch de inhoud van die overeenkomst. De Kantonrechter overweegt voorts dat de franchiseovereenkomst duidelijk overeenkomsten vertoont met exploitatieovereenkomsten van benzinestations en waarvan de Hoge Raad meermalen heeft uitgesproken dat het huurrecht voor bedrijfsruimten daarop van toepassing is. Daarbij dient het begrip “huurprijs” ruim uitgelegd te worden! Aldus is volgens de Kantonrechter sprake van een huurovereenkomst bedrijfsruimte waarop de huurwetgeving (inclusief huurbescherming) van toepassing is. Vervolgens komt de Kantonrechter dus toe aan de beoordeling van het verzoek om de afwijkende bepalingen goed te keuren. Partijen verzoeken ten eerste om goedkeuring van de bepaling dat de huurovereenkomst automatisch eindigt wanneer de franchiseovereenkomst eindigt. De Kantonrechter wijst dat verzoek af nu de wet geen mogelijkheden aan de Kantonrechter biedt om goedkeuring voor een dergelijke bepaling te geven aangezien dwingend rechterlijk is bepaald dat ontbinding van de huurovereenkomst niet buiten de rechter om kan plaatsvinden. Voorts vragen partijen om goedkeuring van bepalingen die afwijken van de in de wet gegeven opzeg- en beëindigingbescherming van de huurder. Volgens de wet kan de Kantonrechter goedkeuring alleen verlenen indien 1. de wettelijke rechten van de huurder van de bedrijfsruimte door de afwijkende bepalingen niet wezenlijk worden aangetast of De Kantonrechter stelt eerst vast dat door het opnemen van enkele huurbepalingen in de franchiseovereenkomst de wettelijk opzeg- en beëindigingsbescherming voor huurder opzij worden gezet doordat veel kortere termijnen gelden en veel ruimere opzegbevoegdheden zijn opgenomen. De Kantonrechter oordeelt dat daarmee de rechten die de franchisenemer als huurder kan ontlenen aan de huurwetgeving wezenlijk wordt aangetast. Daarmee zou franchisenemer afstand doen van zijn huurbescherming zonder dat daar enige compensatie tegenover staat terwijl evenmin een regeling is getroffen voor de door franchisenemer betaalde goodwill ad € 50.000,=. Bovendien oordeelt de Kantonrechter dat de gevolgen van goedkeuring van die afwijkende bedingen, mede gezien mogelijk doorlopende verplichtingen, niet goed zijn te voorzien. De Kantonrechter acht het daarom niet wenselijk dat de mogelijkheid van een rechterlijke toetsing bij voorbaar wordt uitgesloten. Uit het voorgaande blijkt dat er in Nederland een grote huurbescherming is en dat daarvan niet makkelijk kan worden afgeweken. Zelfs indien beide partijen zoals in dit geval verzoeken om goedkeuring van afwijkende bedingen, toetst de Kantonrechter geheel onafhankelijk van die wens van partijen al naar gelang de vraag of de wettelijke rechten van de huurder wezenlijk worden aangetast dan wel of de huurder door zijn positie die wettelijke bescherming niet nodig heeft. Gezien het belang van de huurpositie van een franchisenemer is het terecht dat Kantonrechters bijzonder kritisch zijn ten aanzien van het wel of niet verlenen van goedkeuring aan contractuele huurbepalingen waarmee de rechten van franchisenemers (huurders) aanzienlijk worden aangetast. Een slechte huurpositie tast de positie van een franchisenemer wezenlijk aan leidt al snel tot onevenwichtige verhoudingen tussen franchisegever en franchisenemer. De kritische beoordeling door Kantonrechters van verzoeken om van de huurwetgeving afwijkende bepalingen goed te keuren is dan ook toe te juichen! |
||
Direct advies |
||
Volg ons |
||
Interview! |
||
Links |
||
Twitter feed
|
||
Franchisehulp
|
|||||

