Direct
advies nodig?

Bel de franchisehulplijn 023 - 541 19 27

Of mail

Actueel

Inkoopkosten franchisenemers te hoog: onmogelijk bewijs?

1 april 2016

Opnieuw zijn vorderingen van franchisenemers gebaseerd op te hoge marges afgewezen! Bewijslevering te hoge inkoopkosten lijkt schier onmogelijk!

De rechtbank Noord-Nederland heeft vorderingen van negen ex-top-1-toys ondernemers tegen ex-franchisegever Otto Simon afgewezen. De stelling dat franchisegever onjuiste marges prognosticeerde is onvoldoende bewezen.

De Zaak:

In deze zaak vorderden 9 ex-franchisenemers schadevergoeding van Otto Simon op grond van ondeugdelijke prognoses. Zij stelden allen onjuist te zijn voorgelicht voorafgaand aan het sluiten van hun individuele franchiseovereenkomsten omdat Otto Simon hen prognoses had verstrekt waarin  te hoge (34%) bruto marges (omzet minus kostprijs van de inkoop) zouden zijn opgenomen. Franchisenemers stelden dat die marge door de bank genomen niet wordt gehaald door bij Otto Simon aangesloten franchisenemers, dat Otto Simon daarvan op de hoogte is en aldus onrechtmatig heeft gehandeld door desondanks een marge van 34% te prognosticeren.

De rechtbank wijst de vorderingen af. Zij oordeelt dat Otto Simon heeft gesteld dat er geen “gemene deler” is van de bij Otto Simon aangesloten franchisenemers (de meeste franchiseondernemingen verschillen te veel van elkaar waardoor geen sprake is van een soort “gemiddelde” franchisevestiging) en dat dit door franchisenemers niet is weersproken. Verder oordeelt de rechtbank dat franchisenemers beter hadden behoren te motiveren waarom Otto Simon in staat zou zijn om te onderbouwen of (en dat) de meeste bij haar aangesloten franchisenemers de marge van 34% behalen. Tenslotte oordeelt de rechter dat niet uit de stellingen van franchisenemers valt af te leiden waaruit zou blijken dat de bij Otto Simon aangesloten franchisenemers door de bank genomen de marge van 34% niet zouden behalen. Het enkele feit dat de 9 ex-franchisenemers die marge zelf niet hebben gehaald is daarvoor onvoldoende.

De rechtbank wijst alle vorderingen van franchisenemers af en veroordeelt hen in de kosten van de procedure.

Vergelijkbare zaken:

Bakker Bart: Rechtbank Gelderland d.d. 11 maart 2016

Onlangs heeft de rechtbank Gelderland vorderingen van 10 franchisenemers van Bakker Bart tegen hun franchisegever afgewezen. Die zaak draaide (o.m.) om de vraag of franchisegevers aan haar franchisenemers te hoge inkoopprijzen had berekend (waardoor de door franchisenemers gerealiseerde bruto-marge te laag zou zijn). De rechtbank oordeelde dat groothandelsmarge op geleverde deegwaren (een belangrijk deel van de inkoop) weliswaar hoog was maar dat de totale ketenmarge redelijk was te noemen. De vorderingen van franchisenemers zijn afgewezen.

OP=OP: Rechtbank Noord-Nederland d.d. 9 september 2015

In de Op=Op zaak wees de rechtbank Noord-Nederland vorderingen van franchisenemers die erop waren gebaseerd dat franchisegever bij de verplichte inkoop door franchisenemers geen “marktconforme” inkoopprijzen zou hanteren, af omdat franchisenemers niet hadden bewezen dat andere leveranciers hetzelfde assortiment gedurende langere periode tegen gemiddeld genomen lagere prijzen hadden kunnen leveren.

Setpoint: Hof den Bosch d.d. 12 februari 2013

In een arrest d.d. 12 februari 2013 (Setpoint) heeft het Hof den Bosch overwogen dat franchisenemer zijn stelling dient te bewijzen dat franchisegever aan franchisenemer steeds opnieuw (het ging om een periode van ongeveer twee jaar) voorraden leverde die hij niet nodig had waardoor franchisenemer met onnodig margeverlies die voorraden heeft moeten verkopen (“tegen dumpprijzen”) en daardoor schade heeft geleden. Indien franchisenemer slaagt in dat bewijs dan dient franchisegever de daardoor geleden  schade te vergoeden.

Conclusie:

De conclusie is dat in vrijwel alle gepubliceerde uitspraken die gaan over schade ten gevolge van te hoge inkoop of (onnodige) margeverliezen aan de zijde van franchisenemers, die franchisenemers het bewijsrisico dragen. Zij zullen steeds moeten bewijzen dat de gerealiseerde marge te laag is geweest en dat zij ten onrechte te hoge inkoopkosten hebben gemaakt of anderszins ten onrechte op kosten zijn gejaagd. Dat dit bewijsrisico een zeer hoog risico is, bewijzen de diverse gepubliceerde uitspraken waarin dergelijke vorderingen van franchisenemers niet succesvol zijn geweest!

Kees Kan

Geschreven door:

Kees Kan

Kees Kan is advocaat sinds 1995. Zijn grote interesse en passie gaat uit naar franchising en alles wat daarmee samenhangt. Kees heeft de afgelopen 20 jaar franchisegevers, franchisenemers en collectieven/ verenigingen van franchisenemers bijgestaan. Zijn praktijk bestaat vrijwel uitsluitend uit franchise gerelateerde advisering. Hij publiceert regelmatig over franchise en verzorgt franchiseworkshops en –seminars. Kees is initiatiefnemer en oprichter van de website www.franchisehulp.nl.

Gepubliceerd op: 1 april 2016