Direct
advies nodig?

Bel de franchisehulplijn 023 - 541 19 27

Of mail

Actueel

Ontbinden van een franchisecontract in de praktijk – oorzaken?

24 juni 2011

SCHEIDEN ZONDER LIJDEN

Het afsluiten van een franchisecontract heeft overeenkomsten met het sluiten van een huwelijk. Er is sprake van een partner met wie je samen een toekomst wilt opbouwen. Je staat er niet of nauwelijks bij stil dat het fout kan gaan. Met als bij een huwelijk, kan het bij een franchiseovereenkomst misgaan. Daar kunnen verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen.

DOOR: BERT JONGEN (gepubliceerd in franchiseplus juni 2011)

De animo in de franchisebranche om mee te werken aan een artikel over het ontbinden van een franchisecontract is niet bepaald groot. Dat beeft te maken met een aantal oorzaken. Op de eerste plaats hebben formules doorgaans hun waarde bewezen. Franchiseorganisaties zijn gericht op het uitbouwen van hun formule. Het voortijdig beëindigen van contracten is een uitzondering. Bovendien is het lastig omwille van de privacy om in te gaan op concrete gevallen.

Oorzaken
Er kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen aan de noodzaak om een
contract te beëindigen. De franchisenemer kan minder ondernemend zijn dan verwacht of gehoopt, de franchisenemer blijkt zich minder thuis te voelen bij een franchiseformule dan verwacht, de locatiekeuze blijkt achteraf niet gelukkig, de markt zit niet mee of er kunnen persoonlijke factoren (ziekte, echtscheiding) een rol spelen.

Acquisiteur Carlo van der Heijden van Ahold Europe Franchise verwoordt de algemene teneur van de franchisebranche: “Ahold hecht belang aan het in stand houden van haar franchisebestand. Dit uitgangspunt dient dan ook als basis voor de verstandhouding en de wijze waarop wordt omgegaan met individuele vraagstukken, onder andere franchisecontracten. Looptijden van franchisecontracten bij Ahold zijn in z’n algemeenheid gebaseerd op vijf jaar, waarna stilzwijgende verlenging van telkens vijf jaar plaatsvindt. Als zich omstandigheden voordoen waarin het (financiële) belang van franchisenemer dan wel franchisegever in het geding komt, wordt in overleg en samenspraak met de betreffende franchisenemer gekeken naar de oplossingsrichting. Ahold heeft haar organisatiemodel zodanig ingericht, dat het de mogelijkheid biedt vroegtijdig de mogelijke (risico)signalen te herkennen en daar waar nodig op te pakken. Gebruikmakend van deze structuur biedt in de meeste gevallen de oplossingsrichting, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van franchisenemer en -gever.”

Als er een probleem ontstaat, proberen franchisenemer en franchisegever er in onderling overleg uit te komen. Een franchiseformule kan zich bijvoorbeeld zodanig ontwikkelen dat een bestaande franchisenemer zich minder thuis voelt bij die formule. Diverse franchiseformules hebben een combinatie van eigen vestigingen en franchisevestigingen. Dat biedt de mogelijkheid om een franchisevestiging – al dan niet tijdelijk – als eigen vestiging voort te zetten.
Remco Robelus (Spare Rib Express): “Als er problemen zijn waar wij samen niet uitkomen dan wordt de zaak in de verkoop genomen. In de afgelopen driejaar zijn er drie contracten vroegtijdig beëindigd. Eén vanwege privéomstandigheden waardoor de zaak niet meer voortgezet kon worden, één vanwege mismanagement en vertrek naar onbekende bestemming waardoor de zaak niet meer te verkopen was en één die niet rendabel bleek. Eén van onze franchisenemers is destijds een tweede vestiging gestart. Na een jaar van veel reclame en inspanningen was het rendement ver onder de maat. In overleg is toen besloten deze vestiging te sluiten en het contract te beëindigen. Verkoop was niet mogelijk gezien de lage omzet.”

Huwelijk
Advocaat Esther Brons-Stikkelbroeck (Dijkstra Voermans Advocatuur & Notariaat):
“Uiteraard hebben formules het liever over de successen. Eigenlijk is een franchise-overeenkomst net als een huwelijk. Men heeft de intentie om ‘till the end of times’ samen te werken, maar één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Soms goedschiks, soms kwaadschiks. De ruzies zijn hetzelfde, soms zakelijk en soms emotioneel. Een contract kan ook ontbonden worden vanwege ‘onvoorziene omstandigheden’. Ook hier gaat het om een mogelijkheid die de wet biedt. Ontbinden van een overeenkomst op grond van ‘onvoorziene omstandigheden’ is niet eenvoudig. Eén van de beginselen van het Nederlandse contractenrecht is de bindende kracht van een contract. Partijen zijn gebonden aan hun afspraken, maar er zijn grenzen. Als zich na het sluiten van een contract onvoorziene omstandigheden voordoen, kan de rechter een contract ontbinden of wijzigen. Onvoorziene omstandigheden zijn omstandigheden die op het moment van totstandkoming van de overeenkomst nog in de toekomst lagen en waarvan de mogelijkheid van het intreden niet uitdrukkelijk in de overeenkomst is voorzien of stilzwijgend verdisconteerd. Voor een geslaagd beroep moeten de onvoorziene omstandigheden zodanig zijn, dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet mag verwachten. Terughoudendheid is op zijn plaats, alleen al vanwege de rechtszekerheid. Afspraak is afspraak en ontbinding is de uitzondering.”

Rendabel
Esther Brons gaat in op een praktijksituatie: “Tijdens de looptijd van het contract blijkt dat de vestiging niet (meer) rendabel te krijgen is en dat deze omstandigheid in de risicosfeer ligt van de franchisenemer. De franchisenemer moet primair zorgen voor een rendabele exploitatie. De franchisegever heeft daar ook belang bij en staat hem met raad en daad bij. Als een situatie voor beide partijen niet profijtelijk is dan komt men al snel tot een beëindiging met wederzijds goedvinden. De afspraken die gemaakt worden hebben te maken met de financiële afwikkeling van de samenwerking. Hoe die afspraken er exact uitzien verschilt logischerwijs. De ene keer heeft een franchisenemer een enorme schuld bij de franchisegever of bij derden die afbetaald moet worden, de andere keer heeft de franchisegever baat bij handhaving van een non-concurrentiebeding of huurafspraken et cetera. Ook speelt de positie van derden een rol; zoals werknemers, andere franchisenemers, de bank, de fiscus en dergelijke.”
Advocaat Jeff’t Hart  (Hart Legal Franchise Advocaten):  “Als een vestiging onrendabel is, adviseer ik altijd om met elkaar in gesprek te gaan om een oplossing te vinden. Bij een huwelijk wordt veelal ook niet onmiddellijk tot echtscheiding overgegaan en kan het vaak zinvol zijn om eerst in overleg te kijken of een minder verstrekkende oplossing mogelijk is. Je kunt het als onderdeel van de zorgplicht beschouwen dat een franchisegever tezamen met de franchisenemer allereerst de mogelijkheden onderzoekt op welke manier bijvoorbeeld de vestiging mogelijk weer rendabel te krijgen is of om in overleg te besluiten de vestiging te sluiten. Welke partij de eventuele negatieve consequenties daarvan moet dragen zal daarbij veelal een discussiepunt vormen. Uitgangspunt daarbij is dat franchisenemer een zelfstandig ondernemer is. Daarbij is natuurlijk ook uitermate belangrijk om naar de oorzaken te kijken die ten grondslag liggen aan de onrendabele vestiging en of er bij bet aangaan van de overeenkomst wel een reëel beeld is geschept.”

Advocaat Kees Kan (Kan Vlassenroot Advocaten): “Als een vestiging niet rendabel te krijgen is en dit is niet te wijten aan de franchisenemer, zijn er verschillende mogelijkheden. Regelmatig zie ik in de praktijk gebeuren dat de betreffende franchisenemers worden ‘zoet gehouden’ met (veelal mondelinge) toezeggingen ‘dat het wel goed komt’ en ‘dat de franchisenemer zich geen zorgen hoeft te maken’. Vaak heeft dit te maken met doorlopende exploitatie- of huurverplichtingen van de franchisegever naar derden. In heel wat gevallen trekt de franchisegever dan alsnog de stekker eruit (er wordt niet meer geleverd) zodra een oplossing is gevonden voor de eigen (exploitatie- of huur-) verplichtingen, waarna de franchisenemer zijn onderneming alsnog gedwongen moet staken en vrijwel altijd met een aanzienlijke schuld aan de bank (en soms ook: aan franchisegever) blijft zitten.

Omdat in dit soort gevallen de beslissing om als franchisenemer aan de slag te gaan meestal is gebaseerd op informatie van de franchisegever onderzoeken wij altijd in hoeverre er voorafgaand informatie is verstrekt en zo ja, of die informatie juist is geweest. In veel gevallen blijken er toch te rooskleurige (omzet)verwachtingen te zijn gewekt zonder deugdelijk voorafgaand onderzoek. De franchisegever kan dan aansprakelijk worden gehouden voor alle schade van franchisenemer (inclusief exploitatietekort / negatieve vermogensontwikkeling / schuld aan de bank) omdat franchisenemer immers op basis van die informatie is ingestapt en franchisegever als deskundige bij uitstek voor wat betreft de informatie en slagingskansen van de eigen formule geacht wordt geen ondeugdelijke informatie te verstrekken. In een enkel geval erkent de franchisegever dat de vestiging niet rendabel te krijgen is en dat dit niet aan franchisenemer te wijten is. Soms wordt dan samen met de franchisenemer gezocht naar een oplossing waarbij de betreffende franchisenemer een andere vestiging krijgt toegewezen en waarbij het opgelopen verlies / negatieve eigen vermogen (deels) wordt kwijtgescholden. Voordeel van een dergelijke oplossing – mits de opgelopen schuld geheel is kwijtgescholden – is uiteraard dat de franchisenemer dan door kan en wellicht nog meer is gecommiteerd aan de franchiseorganisatie dan voorheen.”

Ziekte
Tijdens de looptijd van het contract blijkt dat er omstandigheden zijn waardoor het contract niet voortgezet kan worden (ziekte, overlijden, echtscheiding). Esther Brons is duidelijk: “De situatie van ziekte komt voor rekening en risico van de franchisenemer. Die is zelfstandig ondernemer. Voor de situatie van overlijden staat er vaak een opvolgingsartikel in een contract. Verder geldt ook hier weer dat het afhangt van het soort franchiseorganisatie. Bij de ene formule is de persoon van de franchisenemer van groot belang (bijvoorbeeld als hij over specifieke eigenschappen of diploma’s moet beschikken) en in het andere geval is hij vervangbaar binnen de eigen onderneming.”

Jeff’t Hart: “In de overeenkomst is vaak een overdrachtsbepaling opgenomen. Dit geldt ook voor het geval van ziekte of overlijden.
Echtscheiding zie ik in beginsel niet als rechtsgeldige reden om een overeenkomst te beëindigen. Een franchisenemer is en blijft uiteraard een zelfstandig ondernemer met alle rechten en plichten die daarbij komen kijken en eventuele problemen kunnen in dat kader uiteraard niet per definitie op het bord van de franchisegever worden geschoven. Mijn ervaring is dat indien dit soort uitzonderlijke en vaak ingrijpende gevallen zich voordoen er op dat moment veelal gezamenlijk naar de meest praktische oplossing wordt gezocht en dat is niet altijd de wijze waarop dit vooraf contractueel is vastgelegd. Het contract is een kapstok. De feitelijke situatie speelt bij dit soort specifieke situaties dan ook altijd een belangrijke rol.”

Kees Kan daarover: “In de praktijk maak ik dit zelden mee. Meestal is geregeld voor langdurige ziekte van franchisenemers of overlijden dat de franchiseovereenkomst kan worden ontbonden. Bij overlijden bestaat soms de mogelijkheid voor erfgenamen om de vestiging voort te zetten mits voldaan wordt aan de kwalitatieve eisen van de franchiseorganisatie. Bij ziekte is soms de afspraak dat franchisegever gedurende de eerste periode hulp biedt al dan niet door vervangend personeel of een bedrijfsleider.

DOOR: BERT JONGEN (gepubliceerd in franchiseplus juni 2011)

Kees Kan

Geschreven door:

Kees Kan

Kees Kan is advocaat sinds 1995. Zijn grote interesse en passie gaat uit naar franchising en alles wat daarmee samenhangt. Kees heeft de afgelopen 20 jaar franchisegevers, franchisenemers en collectieven/ verenigingen van franchisenemers bijgestaan. Zijn praktijk bestaat vrijwel uitsluitend uit franchise gerelateerde advisering. Hij publiceert regelmatig over franchise en verzorgt franchiseworkshops en –seminars. Kees is initiatiefnemer en oprichter van de website www.franchisehulp.nl.

Gepubliceerd op: 24 juni 2011